|
||||||
Welkom op Pensioen advies
Bent u zoek naar verzekeringinformatie? Zoek dan boven in de balk tussen 10.000 verzekeringnieuwsberichten. Wij bieden u pensioeninformatie: De Tsjechische Republiek kent twee belangrijke etnische bevolkingsgroepen: de Tsjechen en de Moraviërs. Van de bevolking beschouwt 81,2 procent zich Tsjechisch en 13,2 zich Moravisch. Naast 3 procent Slowaken maken andere nationaliteiten als Polen, Hongaren en Duitsers geen van drieën meer dan 0,5 procent van de bevolking uit. Een minderheid in de Tsjechische Republiek vormen de zigeuners of 'Romani'. Deze bevolkingsgroep heeft veel te verduren van vooroordelen en discriminatie, waardoor slechts 0,3 procent van de bevolking zich tot deze groep rekent. Deze bevolkingsgroep is echter veel groter, schattingen van 2,4 tot 2,9 procent. Onder druk van de Europese Commissie poogt de Tsjechische Regering de situatie van de zigeuners te verbeteren. Sinds begin jaren negentig daalt de populatie van de Tsjechische Republiek. Tussen 1990 en 1999 daalde het bevolkingsaantal van 10,34 naar 10,28 miljoen. De daling wordt verklaard uit de sterkere daling van het geboortecijfer tussen 1990 van 12,6 per 1000 inwoners naar 8,8 in 1998, dan de daling van het sterftecijfer tussen 1990 van 12,5 per 1000 inwoners naar 10,6 in 1998. Verwacht wordt dat deze trend het komend decennium doorzet. Bijna 65 procent van de bevolking is tussen de 15 en 60 jaar; slechts 17 procent is jonger dan 15. Door de toenemende vergrijzing ontstaat een grote druk op de sociale voorzieningen. De overheid stimuleert pensioenopbouw door pensioenbetalingen boven een betaald bedrag aftrekbaar te maken voor de belasting. De minimale leeftijd waarop aanspraak gemaakt kan worden op een pensioen wordt verhoogd van 50 tot 55. De bevolking is redelijk evenredig over de Tsjechische republiek verspreid. Slechts zo'n 20 procent van de Tsjechische bevolking woont in de vijf grootste steden en 34,6 procent woont in steden met meer dan 50.000 inwoners. Praag is de enige stad met meer dan 1 miljoen inwoners. De landelijke bevolkingsdichtheid bedraagt 131 per vierkante kilometer en is laag in vergelijk met andere West-Europese landen. Lijfrente informatie: offerte en advies lijfrentes en pensioenen Algemene nabestaandenwet (ANW) Deze overheidsvoorziening dekt het risico van overlijden van de partner en ouders en is geregeld in de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De wet vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Met de invoering van de Algemene Nabestaandenwet in 1996 is de nabestaandenvoorziening flink gewijzigd. De ANW regelt een basisvoorziening voor nabestaanden en is inkomensafhankelijk. Het ANW-gat is het verschil tussen de ANW-uitkering en de uitkering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Een ANW-uitkering dient aangevraagd te worden bij een van de districtskantoren van de Sociale Verzekerings Bank (SVB). Wie komt er in aanmerking voor een ANW-uitkering? Weduwen, weduwnaars en ongehuwd samenwonende nabestaanden die: · voor 1 januari 1950 geboren zijn, of Gescheiden echtgenoten (pseudoweduwe- en weduwnaars) komen ook voor dit pensioen in aanmerking, mits zij door het overlijden inkomsten uit alimentatie missen. Wanneer eindigt de uitkering? Het recht op uitkering eindigt als: · Als het jongste kind 18 jaar wordt NB: nabestaanden die een hulpbehoevende in huis nemen, raken hun nabestaandenuitkering niet kwijt. Hun inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering wordt verlaagd naar 50% van het brutominimumloon. Ook mensen die samenleven met een meerderjarig pleegkind of met een meerderjarig aangehuwd kind houden recht op een nabestaandenuitkering Wat is de hoogte van de uitkering? De uitkering voor de nabestaande is bij de ANW inkomensafhankelijk
en bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Nabestaanden of verzorgers
die één of meerdere halfwezen onder de 18 verzorgen krijgen een inkomensonafhankelijke toeslag van 20% van het
netto minimumloon · nabestaande zonder kinderen maximaal 70% van het netto
minimumloon Wat wordt er gekort? De inkomensafhankelijke uitkering van maximaal 70% van het netto minimumloon wordt gekort met het inkomen van de nabestaande. Hierbij wordt rekening gehouden met het soort inkomen: · De uitkering wordt gekort met het inkomen van de nabestaande uit
arbeid, bijv. salaris. Van de inkomsten uit arbeid is een deel vrijgesteld. De
vrijstelling bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon plus een derde deel van
het meerdere. Het inkomen minus de vrijstelling wordt van de
nabestaandenuitkering afgetrokken. Niet in mindering worden gebracht: · Een nabestaandenpensioen dat uitgekeerd wordt vanwege de
pensioenregeling die de overledene bij zijn werkgever had; Overige Info: · ANW-hiaat · Wezenpensioen Wij bieden u het laatste financiele nieuws in samenwerking met werld nieuws                   Terug naar Pensioen advies   |
||||||